Voor een menswaardige behandeling van gedetineerden, ook bij gevangenisstaking

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde in 2019 in het arrest Clasens t. België dat België het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling (art. 3 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) schendt doordat de menswaardige leefomstandigheden voor gevangenen niet kunnen worden gegarandeerd als het gevangenispersoneel staakt. 

Wanneer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vaststelt dat een staat de mensenrechten schendt, volgt het Comité van Ministers van de Raad van Europa de zaak verder op. Zij gaan na of de staat in kwestie voldoende maatregelen neemt om de situatie te verbeteren. Nationale mensenrechteninstituten, zoals het FIRM, mogen hier tussenkomen als neutrale derde partij om een onafhankelijk beeld te geven van de mensenrechtensituatie in hun land. 

In opvolging van het arrest Clasens t. België, schreef het FIRM, samen met de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen, een tussenkomt (“Rule 9 submission”) waarin we aangeven dat de genomen maatregelen niet volstaan om gelijkaardige schendingen te voorkomen.

naar boven