Publicaties

Meer weten over mensenrechten in België? Hier vind je de adviezen, rapporten en andere publicaties van het FIRM.

Rapporten

Momenteel zijn we hard aan het werk aan ons eerste rapport, dat je hier binnenkort kan lezen.

Adviezen

Actieve kennisgevingsplicht: een evenwicht tussen de belangen van de staat en de mensenrechten van het individu

Het FIRM werd op 10 mei 2021 om een schriftelijk advies gevraagd inzake het Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (hierna: WIV), met het oog op het invoeren van een actieve kennisgevingsplicht met betrekking tot bepaalde specifieke methoden voor het verzamelen van gegevens.

Het werk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten is, vanuit mensenrechtelijk oogpunt, een complexe zaak. Geheimhouding is bij dit werk weliswaar noodzakelijk ter vrijwaring van bepaalde fundamentele belangen van de staat, maar diezelfde geheimhouding vormt ook een reëel risico voor de rechten van de betrokken personen. De wetgever moet ervoor zorgen dat een evenwicht wordt gevonden tussen de belangen van de staat en de mensenrechten van het individu. Eerdere pogingen om dit evenwicht te vinden zijn mislukt, en alleen een vorm van actieve kennisgeving kan ervoor zorgen dat de procedurele rechten van individuen worden gewaarborgd. Het FIRM verheugt zich dan ook over het feit dat het wetsvoorstel net tot doel heeft een actieve kennisgevingsplicht in te voeren.

Het FIRM is evenwel van mening dat het wetsvoorstel op een aantal punten kan worden verduidelijkt om de bescherming van de grondrechten te versterken. Daarom maken we acht aanbevelingen die zouden toelaten om de toepassing van de verplichting tot actieve kennisgeving te verduidelijken en om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een doeltreffend rechtsmiddel in de context van toezichtmethoden te versterken.

Naar het advies van het FIRM

Het recht op mobiliteit in de grondwet

De commissie Grondwet en Institutionele Vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers verzocht het FIRM om advies over een voorstel om art. 23 van de Grondwet aan te vullen met een recht op mobiliteit. Hiervoor consulteerde het FIRM verschillende partners: Unia, het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen en het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.

In dit advies wordt o.m. ingegaan op de toegevoegde waarde van de verankering van een recht op mobiliteit in de Grondwet ten opzichte van de bestaande bescherming. Er is momenteel namelijk geen grondwettelijke bepaling die het recht op mobiliteit uitdrukkelijk als een autonoom en fundamenteel recht verankert, maar een bescherming van de toegang tot mobiliteit valt wel af te leiden uit andere bepalingen in zowel het internationale als het Belgische recht.

De verankering in de Grondwet van een recht op mobiliteit zou het mogelijk maken de bescherming van de mensenrechten in België te versterken, al dient deze verankering wel met de nodige omzichtigheid te gebeuren. Er is nood aan een parlementair debat om te verduidelijken welke rechten en plichten het recht op mobiliteit met zich zou meebrengen (denk aan het recht op collectieve actie). Ook moet het verband tussen toegankelijkheid en het recht op mobiliteit beter tot uiting komen en moeten er realistische en doeltreffende handhavingsmechanismen worden voorzien. Het FIRM raadt aan een bredere raadpleging rond het onderwerp te organiseren.

Naar het advies van het FIRM

Pandemiewet: een stap in de goede richting, maar nog onvoldoende waarborgen voor de mensenrechten.

In zijn eerste advies onderzoekt het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens (FIRM) of het voorontwerp van “pandemiewet” in overeenstemming is met de grondrechten. De conclusies zijn genuanceerd: hoewel het lovenswaardig is dat de wet een kader voor de overheidsmaatregelen biedt, moet de wetgever vermijden dat de bevoegdheden in de handen van één enkele minister worden geconcentreerd en moet hij meer doen om de evenredigheid van de maatregelen en de transparantie ervan te garanderen en te vermijden dat ongelijkheden worden versterkt.

Naar het advies van het FIRM

naar boven