Missie

Wat zijn de opdrachten van het FIRM ?
De wet is helder en duidelijk. Vandaar dat we eraan houden in de eerste plaats de wetgever te laten spreken.

Art. 3 Doel

Er wordt een Federaal Instituut voor de rechten van de mens opgericht dat de bescherming en de bevordering van de fundamentele rechten in België tot doel heeft.

Het Instituut heeft rechtspersoonlijkheid.

Het Instituut treedt op in overleg met de sectorale instanties voor de bescherming en de bevordering van de fundamentele rechten die onder de federale bevoegdheid vallen. Op het niveau van de Federale Staat en de deelstaten faciliteert het Instituut de dialoog en werkt samen met de organisaties belast met de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en de organisaties van dat middenveld. Het Instituut evalueert geregeld die dialoog en die samenwerking.

Het Instituut wordt gevestigd op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 4. Mandaat van het Instituut

§ 1. Het mandaat van het Instituut omvat alle aangelegenheden die verband houden met de fundamentele rechten die onder de federale bevoegdheid vallen behalve die door de sectorale instanties voor de bevordering en de bescherming van de rechten van de mens worden behandeld.

§ 2. Het mandaat van het Instituut beoogt de handelingen en nalatigheden van zowel de overheden als van privéinstanties en individuele personen, binnen de grenzen van de uitoefening van de in paragraaf 1 bedoelde residuaire federale bevoegdheden.

Art. 5. Opdrachten van het Instituut

Het Instituut oefent, binnen de grenzen van de in artikel 4, § 1, bedoelde residuaire federale bevoegdheden, de volgende opdrachten uit:

1° Het Instituut verstrekt op verzoek of op eigen initiatief adviezen, aanbevelingen en verslagen betreffende alle aangelegenheden die verband houden met de bevordering en de bescherming van de fundamentele rechten aan de federale regering, de federale Kamers en andere overheidsinstanties;

2° Het Instituut bevordert de afstemming van de wetgeving, regelgeving en handelwijzen op de internationale instrumenten met betrekking tot de rechten van de mens waarvan de Staat partij is;

3° Het Instituut volgt de tenuitvoerlegging van de internationale verplichtingen door de Belgische overheden op;

4° Het Instituut stimuleert de bekrachtiging van nieuwe internationale mensenrechteninstrumenten voor de bevordering en de bescherming van de fundamentele rechten of de toetreding ertoe;

5° Het Instituut werkt samen met de organen van de Verenigde Naties en van de regionale organisaties voor de rechten van de mens.

In het kader van de opdrachten van die organisaties met als doel het toezicht op en de uitvoering van de internationale verplichtingen van de Staten kan het Instituut een verslag over de situatie van de fundamentele rechten in België voorleggen aan de in het eerste lid, 5°, bedoelde organen, informatie verstrekken en aan de debatten deelnemen. Het Instituut kan meewerken aan de bezoeken van deskundigen van de Verenigde Naties en van de regionale organisaties voor de rechten van de mens.

6° Het Instituut werkt samen met de in de deelstaten bestaande instanties die zich inzetten voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens, alsook met de verenigingen van het middenveld die zich toeleggen op de rechten van de mens zoals bepaald in artikel 7;

7° Het Instituut bevordert de fundamentele rechten.

Het Instituut neemt en bevordert alle initiatieven met het oog op het bewustmaken van de publieke opinie voor de fundamentele rechten, inzonderheid door het verstrekken van informatie en onderricht. Daarvoor kan het een beroep doen op de persorganen en kan het de niet-gouvernementele organisaties voor de verdediging van de fundamentele rechten die aan die doelstelling bijdragen, ondersteunen.

Het Instituut kan meewerken aan de uitwerking van programma's voor het onderricht en het onderzoek inzake de fundamentele rechten en werkt mee aan de tenuitvoerlegging daarvan in scholen, universiteiten en professionele kringen, in voorkomend geval in overleg met de gemeenschappen en de gewesten die het toezicht hebben over de instanties die bevoegd zijn voor onderwijs en onderzoek.

Art. 6. Uitoefening van de opdrachten

§ 1. Het Instituut oefent zijn opdrachten uit in alle onafhankelijkheid, overeenkomstig de Principes van Parijs.

§ 2. In het kader van zijn werking:

1° onderzoekt het vrij alle aangelegenheden waarvoor het bevoegd is, op verzoek van de regering of van de federale Kamers, uit eigen beweging of op voorstel van de leden van de Raad van bestuur;

2° hoort het alle personen en verkrijgt het alle inlichtingen en documenten die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van situaties die tot zijn bevoegdheid behoren;

3° richt het zich rechtstreeks of via om het even welk persorgaan tot de publieke opinie.

§ 3. Het Instituut kan beslissen om zijn adviezen, aanbevelingen en verslagen openbaar te maken en kan aan de in paragraaf 2, 1°, bedoelde overheden vragen om schriftelijke uitleg te verschaffen over de follow-up van die adviezen, aanbevelingen en verslagen.

§ 4. Onverminderd artikel 17, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, is het Instituut gemachtigd om alle schendingen van de fundamentele rechten aanhangig te maken bij de Raad van State en het Grondwettelijk Hof, binnen de grenzen van de in artikel 4, § 1, bedoelde residuaire federale bevoegdheden.

Art. 7. Ontwikkeling van een dialoog voor de bevordering en de bescherming van de fundamentele rechten

§ 1. Bij de uitoefening van zijn opdrachten en binnen de grenzen van zijn mandaat, stimuleert het Instituut overleg met en tussen alle actoren die zich bezighouden met aangelegenheden die verband houden met de fundamentele rechten.

§ 2. Deze bepaling beoogt daartoe zowel de wetgevende, administratieve en rechtsprekende instanties als de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de sectorale instanties voor de bevordering en de bescherming van de fundamentele rechten.

Art. 8. Internationaal overleg

Het Instituut werkt samen met de andere nationale instituten voor de bevordering en de bescherming van de rechten van de mens opgericht in andere landen en met de regionale en mondiale netwerken van nationale instituten voor de rechten van de mens.

naar boven