Q&A: vaccinatieverplichting en mensenrechten

Wat is het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM)?

Als onafhankelijke instelling bevordert en beschermt het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) de mensenrechten in België, in samenwerking met andere organisaties.

Het FIRM werd opgericht bij wet van 12 mei 2019 om België te voorzien van een nationaal mensenrechteninstituut (NMRI) dat waakt over het respect voor en de toepassing van internationale mensenrechten en in de Grondwet verankerde fundamentele rechten. Het verstrekken van adviezen, is een van de opdrachten van het FIRM. Ze doet dit op vraag of op eigen initiatief. Dit advies werd op eigen initiatief van het FIRM verleend.

Lees hier meer over het FIRM

 

Pleit het FIRM voor een verplichte vaccinatie?

Neen. Dat is helemaal niet de rol van het FIRM.  Het FIRM stelt enkel dat, indien er beslist zou worden om vaccins te verplichten, dit niet noodzakelijk in strijd is met de mensenrechten indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Of het ook wenselijk is om vaccinatie te verplichten is een vraag waarover beleidsmakers moeten beslissen, onder meer op basis van wetenschappelijke adviezen.

 

Waarom nam het FIRM het initiatief om dit advies te schrijven?

De vraag naar het al dan niet verplicht maken van vaccinatie is de laatste weken niet weg te branden uit de actualiteit. Daarbij wordt soms aangehaald dat dergelijke vaccinatieverplichting in strijd zou zijn met de mensenrechten. Er wordt daarbij vaak verwezen naar de individuele mensenrechten, zoals het recht op fysieke integriteit. Maar die rechten zijn niet absoluut, wat wil zeggen dat er, in bepaalde omstandigheden en mits bepaalde strikte voorwaarden, mag van worden afgeweken. Bijvoorbeeld om het recht op leven en op gezondheid van iedereen in de samenleving te waarborgen. Met dit advies wil het FIRM het debat vanuit het standpunt van de mensenrechten verduidelijken.

 

Waarop baseert het FIRM zich om te zeggen dat vaccinatieverplichting niet in strijd is met de mensenrechten indien bepaalde voorwaarden voldaan zijn?

Het FIRM staat zeker niet alleen met zijn standpunt en baseert zijn advies op de rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens.

In het Vavřička-arrest oordeelde het Europees Hof dat de overheid kan beslissen vaccinatie te verplichten wanneer ze van oordeel is dat dit nodig is om een voldoende hoog niveau van bescherming te bieden tegen ernstige ziekte. In dat geval kan een vaccinatieverplichting gerechtvaardigd worden in het licht van de bescherming van de volksgezondheid en de gezondheid van kwetsbare personen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als vrijwillige vaccinatie onvoldoende is om groepsimmuniteit te bereiken, of om een overbelasting van de gezondheidszorg te voorkomen

In ons advies benadrukken we wel dat de sancties op de niet-naleving van een eventuele vaccinatieverplichting proportioneel moeten zijn. Dit houdt in dat de voorkeur moet gegeven worden aan boetes en alternatieve sancties boven een gevangenisstraf. Het feit dat de overheid vaccinatie kan verplichten, betekent daarom nog niet dat ze de vaccins ook onder dwang mag toedienen. Dergelijke toediening onder fysieke dwang lijkt moeilijk te verenigen met de mensenrechten.

Michelle Bachelet, Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, stelt eveneens  dat de mensenrechten geen vaccinatieverplichting verbieden, maar wel enkele belangrijke voorwaarden opleggen. Dat zeggen wij ook in ons advies.

 

Waarop moet de wetgever vooral letten bij het invoeren van een vaccinatieverplichting?

Volgens het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens kan een inmenging alleen worden beschouwd als "noodzakelijk in een democratische samenleving" om een legitiem doel te bereiken, indien zij beantwoordt aan een "dwingende maatschappelijke behoefte" en, in het bijzonder, indien de redenen aangevoerd door de nationale autoriteiten ter rechtvaardiging van de inmenging "relevant en voldoende" zijn en de inmenging in verhouding is met het nagestreefde legitieme doel.

Bij de vraag of verplichte vaccinatie in een bepaald geval aan deze proportionaliteitsvoorwaarde voldoet, moet rekening worden gehouden met het belang van sociale solidariteit, aangezien de betrokken verplichting tot doel heeft de gezondheid van alle leden van de samenleving te beschermen, in het bijzonder van diegenen die bijzonder kwetsbaar zijn voor bepaalde ziekten en voor wie de rest van de bevolking wordt verzocht een minimaal risico te nemen door zich te laten vaccineren (zie in dit verband Resolutie 1845 (2011) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa).

Tot de relevante elementen behoren:

  • De werkzaamheid en de veiligheid van de vaccins en de wetenschappelijke gegevens inzake de mogelijke schadelijke gevolgen voor de gezondheid, met inbegrip van gevolgen op lange termijn;
  • De mogelijkheid om de vaccinatieplicht in een bepaald geval, zoals in geval van medische tegenindicatie, aan te vechten door middel van een rechtsmiddel;
  • De afwezigheid van onevenredige gevolgen voor mensen met een laag inkomen, indien de weigering van vaccinatie zonder afdoende motivering kan worden bestraft met het opleggen van een boete;
  • De transparantie van de nationale regelgeving en de mate waarin de overheid een openbaar debat aanmoedigt om ervoor te zorgen dat de genomen beslissing wordt voorafgegaan door de nodige consultaties en daadwerkelijk rekening houdt met alle standpunten die in de samenleving naar voren worden gebracht;
  • Indien verplichte vaccinatie wordt uitgebreid tot kinderen, moet het belang van de kinderen voorop staan bij alle beslissingen die over hen gaan, zoals blijkt uit artikel 3 van het VN Kinderrechtenverdrag.

 

Maar gaat het Vavřička-arrest niet enkel over vaccinatie van kinderen?

Als argument om vaccinatie van kinderen te verplichten wordt soms verwezen naar de noodzaak om kinderen te beschermen tegen de gevolgen van de keuzes van hun ouders (tegen vaccinatie). De redenering van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het Vavřička-arrest gaat niet uit van de eventuele noodzaak om de persoon in kwestie te beschermen, maar van het feit dat de overheid verplichte vaccinatie noodzakelijk kan achten voor de bescherming van de gezondheid van anderen. Deze redenering is evengoed van toepassing op een eventuele verplichte vaccinatie van volwassenen.

 

Geldt de redenering van het Vavřička-arrestniet enkel voor vaccins die al veel langer op de markt zijn?

Omdat de COVID-19-vaccins een ‘voorwaardelijke’ goedkeuring hebben gekregen, bestaat het misverstand dat er sprake zou zijn van een ‘experimentele’ behandeling. Dit klopt niet. Alvorens een dergelijke goedkeuring te krijgen van de bevoegde internationale en nationale agentschappen, moeten zij, zoals alle vaccins, voldoen aan strenge eisen inzake veiligheid, werkzaamheid en kwaliteit.

Een verplichte vaccinatie kan daarom niet beschouwd worden als het verplicht onderworpen worden aan een medisch experiment. Dat zou trouwens verboden zijn op basis van onder meer artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten.

 

Wat met verplichte vaccinatie voor kinderen?

Indien zou overwogen worden om vaccinatie tegen COVID-19 ook voor kinderen te verplichten, dient er uiteraard rekening mee te worden gehouden dat het belang van het kind altijd, en dus ook in gezondheidszaken, moet primeren (art. 3 Kinderrechtenverdrag). Alvorens te beslissen tot een verplichte vaccinatie van kinderen, moet het belang van het kind daarom zorgvuldig worden afgewogen. Dat het belang van het kind zich echter niet per se verzet tegen verplichte vaccinatie van kinderen, blijkt uit het Vavřička-arrest. Hierin oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de Tsjechische overheid de verplichte vaccinatie van kinderen tegen negen zogenaamde kinderziekten kon beschouwen als in overeenstemming met het belang van het kind. Of dit ook voor COVID-19 het geval zou zijn, moet afzonderlijk onderzocht worden, rekening houdende met de inzichten van experten terzake.

 

Wat vindt het FIRM van andere coronamaatregelen?

Er zijn nog andere maatregelen die allerhande mensenrechten beperken, zoals de bewegingsvrijheid, de vrijheid van vergadering, de godsdienstvrijheid, het recht op privéleven, enzovoort. Het feit dat een mensenrecht ingeperkt wordt, betekent niet automatisch dat dit recht geschonden wordt. Wel vereisen de mensenrechten dat zulke inperkingen aan strikte voorwaarden voldoen:

  • Ze moeten een legitiem doel dienen; hier de bescherming van de gezondheid van iedereen
  • Ze moeten een wettelijke basis hebben
  • Ze moeten proportioneel zijn

Of een bepaalde maatregel de mensenrechten schendt, dient dus steeds afzonderlijk geëvalueerd te worden. Meer informatie vind je op onze pagina over corona en mensenrechten.

 

Waar kan ik het volledige advies lezen?

Dit staat bij de publicaties op onze website. U kan het volledige advies over vaccinatieverplichting via deze link lezen.

naar boven