Geen stoute kinderen dit jaar: brengt de Sint eindelijk een verbod op zogenaamd gangbaar opvoedkundig geweld?

België is één van de laatste West-Europese landen dat geen uitdrukkelijk verbod op zogenaamd gangbaar opvoedkundig geweld heeft. Nochtans kwam hierop al herhaaldelijk kritiek vanuit het Europees Comité voor Sociale Rechten en de Verenigde Naties. Vandaag bundelen kinder- en mensenrechtenorganisaties de krachten om erop aan te dringen dat het gebruik van fysiek en psychisch geweld in de opvoeding ook in ons land expliciet verboden wordt.

“Geweld tegen kinderen is onaanvaardbaar, altijd en overal”, zeggen de Belgische kinderrechtenorganisaties, samen met het Federaal mensenrechteninstituut (FIRM). “Dat werd ook vastgelegd in internationale verdragen zoals het VN-kinderrechtenverdrag of het Europees Sociaal Handvest, die België ratificeerde. Toch blijft België dit soort geweld gedogen, door zogenaamd gangbaar opvoedkundig geweld niet expliciet te verbieden.”

Een oplossing binnen handbereik

Nochtans ligt de oplossing binnen handbereik, zo stellen de organisaties. In 2016 en 2019 werden al wetsvoorstellen ingediend, maar deze werden nooit behandeld door de commissie Justitie van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

In twee recente wetsvoorstellen, ingediend in maart en april 2021, wordt een wijziging van het Burgerlijk Wetboek voorgesteld om alle vormen van geweld, zowel fysiek als psychologisch, en vernederende behandeling expliciet te verbieden. Dit zou ook voor zogenaamd opvoedkundig geweld gelden. Voor het eerst zijn deze voorstellen op de agenda van de Commissie geplaatst en naar de Raad van State gestuurd. Het advies van de Raad van State over een van deze twee voorstellen is overwegend positief, met een klein voorbehoud.  Het advies over het tweede wetsvoorstel wordt nog verwacht.

 De keuze om het verbod in het Burgerlijk Wetboek op te nemen, en er geen strafbare inbreuk van te maken, komt tegemoet aan aanbevelingen van het VN-kinderrechtencomité, dat stelt dat het hoger belang van het kind steeds centraal moet staan. “Kinderen willen vooral dat het geweld stopt”, zeggen de organisaties. “Het is niet de bedoeling de ouders te bestraffen, maar hen bewust te maken en hen te doen inzien welke uiterst schadelijke gevolgen het gebruik van geweld in de opvoeding van kinderen heeft en hoe belangrijk het is de voorkeur te geven aan een geweldloze opvoeding.”

Preventie en steun

De organisaties wijzen daarom op het belang van preventie, opleiding en ondersteuning, die met de wetswijziging gepaard moeten gaan: “Enerzijds is er nood aan bewustmakings-, preventie- en voorlichtingsmaatregelen gericht op het grote publiek en anderzijds aan opleiding en ondersteuning voor geweldloos opvoeden voor ouders, leerkrachten, wetshandhavingsdiensten, hulpverleners en alle beroepsbeoefenaren die werkzaam zijn op het gebied van kinderen, jeugd, onderwijs en justitie. In landen zoals Zweden, Duitsland of Nederland is bewezen dat dit werkt. Geweldloos onderwijs heeft zeer positieve gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen, hun zelfvertrouwen, hun cognitieve vaardigheden en hun vermogen om anderen te respecteren.”

Dit sluit aan bij de uitspraken van kinderen die over dit onderwerp zijn bevraagd: "Ouders zouden ons niet meer mogen slaan. Er moet een wet zijn en die wet moet worden nageleefd.” (meisje, 15). Andere kinderen dringen aan op bewustmaking en ondersteuning van ouders: "We moeten mensen, maatschappelijk werkers, in dienst nemen om gezinnen te ondersteunen. Ouders moeten hun woede op iets anders afreageren dan op ons." (jongen, 17); "Sommige ouders geven geen moer om de wet. Maar misschien als we een campagne voeren of een wet maken, zullen sommige ouders het respecteren. Het moet veranderen!” (meisje, 15).

Vandaag, op Sinterklaas, zitten de kinder- en mensenrechtenorganisaties samen als startpunt van een nieuw plan van aanpak om het voorstel tot verbod spoedig te doen goedkeuren en om campagnes voor positief ouderschap te ontwikkelen. Dit is zonder twijfel het mooiste geschenk dat onze samenleving vandaag aan kinderen kan geven.

Betrokken organisaties zijn het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM), het adviesorgaan van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind (NCRK), het Kinderrechtencommissariaat (KRC), de Délégué Général aux Droits de l’Enfant (DGDE), de Coordination des ONG pour les droits de l’enfant (CODE), de Kinderrechtencoalitie, Défense des Enfants International – België, UNICEF België, Plan International België en het Centre interdisciplinaire des droits de l’enfant (CIDE) .

      

naar boven